Buddhavacana
                                                                                                  "woorden van de Ontwaakte"
 

 

Ik wil de grootste hebben…

Het is waarschijnlijk menselijk, maar we willen in alles een ander overtroeven. De snelste auto, de hoogste parachutesprong, de grootste pizza… Het guinness book of records staat er vol van.
In boeddhistische kringen is het niet anders (dat zijn ook maar mensen). Waar het in Europa meestal gaat om de grootste tempel, gaat het in Azië om het grootste Boeddhabeeld.

De top vijf is als volgt:

Op de vijfde plaats staat de bronzen, 88 meter hoge en 700 ton wegende ‘Lingshan Ta Fo, de grote Boeddha van Ling Shan in China.

                              

 

 

Op de vierde plaats volgt de 92 meter hoge betonnen en met goud beklede zittende Boeddha in het Thaise Wat Muang Monastery in de provincie Thong.

                                                     

 

 

Op de derde plaats staat de 110 meter tellende Ushiku Daibutsu in de Japanse stad Ushiku (Ibaraki).

                                                 

 

 

Op de tweede plaats volgt de 116 meter hoge Boeddha Laykyun Setkyar. Het beeld staat in het stadje Taung in Myanmar.

                                                 

 

 

En op nummer één: de koperen, 1000 ton wegende ‘Spring Temple Buddha’. Met zijn 128 meter (als je het voetstuk meerekent komt de volledige hoogte op 208 meter) momenteel de grootste Boeddha ter wereld. Het beeld bevindt zich in Zhaocun, China.

 

                              

 

 

Maar eigenlijk, wat mij het meest interesseert en aanspreekt is het Boeddha beeld op de zesde plaats: de ‘reuzen Boeddha van Leshan’ in China.

                           

 

In tegenstelling tot de top vijf – die allemaal gedurende de laatste dertig jaar, met moderne technieken en materialen, gebouwd zijn – dateert de 71 meter hoge zittende Leshan Boeddha, uit de Tang Dynasty (618-907 AD).
Het beeld is uit de rotsen gehouwen aan de oever van de samenloop van drie rivieren: de Minjiang, de Dadu en de Qingyi.

                           


De werken begonnen in 713 onder de leiding van de monnik Haitong. Hij hoopte, zo zegt het verhaal, dat de Boeddha de turbulente en voor de scheepvaart gevaarlijke samenvloeiing van de rivieren zou temperen. Het werk werd beëindigd door zijn leerlingen in 803.
Oorspronkelijk werd het beeld door een houten afdak beschermd en was het volledig bedekt met goud. Door de eeuwen heeft de vergankelijkheid zijn werk gedaan en in 1963 begon de Chinese regering met de eerste restauraties. Deze gaan tot op heden nog steeds beetje bij beetje door.

                                 


In 1996 werd het beeld en de hele omliggende berg Emei erkend als United Nations UNESCO World Heritage Site.

  

En, zul je, je afvragen heeft het uitkappen van het beeld de woelige wateren rustig gemaakt? Inderdaad, zegt het verhaal, door het storten van de afgehouwen steengruis in de rivier werden de verraderlijke kolken opgevuld en werd de scheepvaart een stuk veiliger. Zo zie je maar.