Buddhavacana
                                                                                                  "woorden van de Ontwaakte"
 

Thaise nonnen lobbyen voor wettelijke erkenning.

In juli vorig jaar werd in Thailand - bewust zonder veel ophef en dit om de conservatieve monniken niet voor het hoofd te stoten- een campagne gestart om bhikkhunis (volledig gewijde boeddhistische nonnen) een legaal statuut te geven. Advocaat en voormalig senator Paiboon Nititawan lobbyt in politieke kringen, want hiervoor is een wetswijziging nodig.(1)

De bezieler van deze ‘zachte revolutie’ is bhikkhuni Dhammananda; hoofd van het kleine vrouwenklooster ‘Wat Songdhamma Kalayani’.(2)

                                 Bhikkhuni Dhammananda               

                                

 

Op 28 februari 2003 werd Bhikkhuni Dhammananda, daarvoor gekend als professor Dr. Chatsumarn Kabilsingh, de eerste Thaise vrouw die de volledige wijding als Theravada non ontving.

In 2001 gaf Dhammananda haar wereldse leven als universiteitsprofessor op. Omdat het wijden van nonnen in Thailand bij wet verboden is, ging zij naar Sri Lanka om daar als samaneri (novice) in de Sangha te worden opgenomen. Twee jaar later keerde ze naar Sri Lanka terug, nu om de volledige wijding als bhikkhuni te ontvangen.
Het nieuws van haar wijding bracht een golf van protest teweeg bij de gevestigde Thaise monnikenorde (mahatheras). Er werden aan sommige tempels zelfs pamfletten gehangen met de raad om Bhikkhuni Dhammananda te negeren, zeggende dat dit het werk van Mara, de duivel was.

Even een woordje uitleg bij dit verbod tot nonnenwijding in Thailand; een nochtans voor 90% Boeddhistisch land:

De bloeiperiode van het boeddhisme in Thailand situeert zich in de 12de en 13de eeuw. De daarop volgende 500 jaar kende het land veel onlusten en hadden de inwoners wel iets anders aan hun hoofd dan een spiritueel pad te volgen. Dit betrof vooral de vrouwen. De bhikkhuni lijn liep dan ook dood. In de volgende eeuwen werd geen moeite gedaan om deze te herstellen. Tot in 1927 een zekere Narin Bhasit aan de monniken vroeg om zijn twee dochters tot non te wijden. Niks bijzonders, zou je zeggen, ware het niet dat deze Narin een controversiële liberale politieker was, die openlijk durfde om de mahatheras, de raad der ouderen, de monniken dus, te beschuldigen van gemakzucht en luiaardij. Zijn verzoek, dat eerder politieke dan spirituele intenties had werd dan ook prompt door de monniken gemeenschap en de Koninklijke familie afgewezen. (nota: in Thailand is de koning het hoofd van de Boeddhistische gemeenschap en is de Vinaya, de kloosterregels nauw verweven met de burgerlijke wetgeving).
Narin Bhasit legde het negatief advies naast zich neer en liet op een lapje grond een klein klooster bouwen voor zijn twee dochters en nog een 8 tal andere vrouwen. Op vraag van de monniken greep de regering in en ontnam de vrouwen letterlijk de nonnenkleren. Een jaar later, in 1928, werd het verbod om nonnen tot bhikkhuni te wijden, in een wet vastgelegd. Deze wet geldt nog steeds en wordt door de monnikengemeenschap te pas en te onpas gebruikt als verontschuldiging voor het niet kunnen/willen herstellen van de bhikkhuni traditie. Zo van: "Ja we willen wel, maar spijtig genoeg verbiedt de wet het ons; vraag het binnen tien jaar nog eens".

Monniken staan in Thailand in hoog aanzien. Zelfs de koning buigt voor hen en zit, bij hun aanwezigheid, op een lagere zetel. De bevolking geeft aalmoezen om alzo ‘verdiensten’, goed karma, te kunnen vergaren en elke familie probeert om tenminste één zoon als monnik gewijd te zien. Bijna alle mannen verblijven in hun leven van enkele weken tot jaren in een klooster.

En toch zijn er in Thailand ook vrouwen die de wereld de rug toe keren. Dit zijn de zogenaamde ‘mae chee’.

                               Mae chee

                             

Zij scheren het hoofd kaal, dragen witte kleren en nemen de 8 voorschriften aan (monniken hebben 227 en volledig gewijde nonnen 311 voorschriften ).
Mae chee zijn geen leken meer, maar worden niet als kloosterlingen beschouwd. Zij hebben ook niet hetzelfde wettelijk statuut als hun mannelijke collega’s. In de praktijk onderhouden zij de tempels en doen de was en de plas voor de monniken. Zij ontvangen omzeggens geen onderricht en gaan bijna nooit op bedelronde omdat, zo zegt de traditie, voor de bevolking enkel het geven aan monniken verdiensten oplevert.
Van de 32.000 tempels in Thailand zijn er dan ook maar een paar nonnenkloosters.
Maar ook de mae chee zelf staan nu voor een moeilijke keuze. Omdat nonnenwijding in Thailand (nog steeds) bij wet verboden is dreigen zij bij een volledige wijding uit de boot te vallen. De monniken zouden hun niet meer onderhouden en het klooster/tempel zou hen geen onderdak meer verschaffen.

Het was Dhammananda’s moeder, Voramai Kabilsingh die vijftig jaar geleden het Wat Songdhamma Kalayani klooster oprichtte.                                

                          
Voramai kreeg de volledige nonnenwijding in de Mahayana traditie van Taiwan. Zij was de eerste volledig gewijde Thaise non (zij het dan in de Mahayana traditie en niet in de Theravada).
Dhammananda volgde dus in haar voetsporen als eerste volledig gewijde Thaise non; maar ditmaal in de Theravada traditie. En stilaan, stap voor stap begint de nonnenwijding in Thailand, ondanks het wettelijk verbod vorm te krijgen.
In februari 2002 nodigde Dhammananda een delegatie Sri Lankaanse bhikkhunis uit om in haar klooster de mae chee Varangghana Vanavichayen tot novice te wijden. Zij kreeg de Dhamma naam Dhammarakhita Samaneri en was de eerste vrouw die tot novice werd gewijd op Thaise bodem.

                                  Dhammarakhita samaneri

                                 

 

En zoals verwacht verstootte de leiding van de tempel, waar ze negen jaar als mae chee had verbleven, haar. Ze vond onderdak in het klooster van bhikkhuni Dhammananda.
Het is de bedoeling om elk jaar enkele vrouwen te wijden zodat er na de periode voorgeschreven in de Vinaya , de kloosterregels, geen beroep meer gedaan hoeft te worden op nonnen uit Sri Lanka. [De Vinaya zegt dat er 5 volledig gewijde nonnen aanwezig moeten zijn en dat elk van hen minstens twaalf jaar bhikkhuni moet zijn].

Songdhamma Kalayani is een klooster dat open staat voor bhikkhunis, mae chee en vrouwelijke leken. Het programma bevat cursussen boeddhisme van drie tot vijf dagen en staat open voor vrouwen van alle standen en nationaliteiten. In 2009 begon bhikkhuni Dhammananda met het tijdelijk wijden van vrouwen tot samaneri (novice); het zogenaamde ‘Temporary Samaneri Ordination’ of kortwel ‘TSO’.

Voor haar inzet ontving zij in maart 2004 van de Verenigde Naties de ‘Outstanding Women in Buddhism Award’.

  1. ‘The Buddhist Channel’ Amy Lieberman 8/9/2011
  2. ‘Women in Buddhism: Q & A’ www.nuddhanet.net/e-learning