Buddhavacana
                                                                                          "woorden van de Ontwaakte"
                   
 

Doelstelling.


Al enkele jaren probeer ik de oude boeddhistische teksten voor een breder publiek toegankelijk te maken. Toegankelijk maken wil daarom nog niet zeggen vereenvoudigen. We moeten onszelf niet onderschatten.
Een doorsnee mens is heus wel in staat om de leer van de Boeddha te begrijpen zonder dat deze gereduceerd moet worden tot enkele korte uitspraken of wijsheden. Veelal wordt hierbij dan het woord ‘laagdrempelig’ gebruikt. Ik ben er van overtuigd dat een mens, met een beetje moeite en aandacht wel degelijk, zonder te struikelen, over een wat hogere drempel kan stappen en dat niet alles moet ‘voorgekauwd’ moet.
Trouwens, iets dat werd voorgekauwd heeft helemaal geen smaak meer.
Mijn doel is, zoals Jotika Hermsen het treffend omschrijft: "Niet de Dhamma naar het niveau van de mensen brengen, maar de mensen naar het niveau van de Dhamma."

Het is dus niet mijn betrachting om Sutta’s uit de Pali-Canon van commentaar te voorzien, dat hebben velen voor mij al gedaan. Het is vooral mijn bedoeling mensen te inspireren; aan te zetten om zelf de oude oorspronkelijke teksten te lezen; om zelf op zoek te gaan, om na te denken en niet klakkeloos over te nemen wat iemand die vlot ter taal is, goed kan schrijven en daardoor een zekere naam en faam heeft, verkondigt.
Ik vertrek meestal van zaken die mijn aandacht trekken; van alledaagse, voor iedereen herkenbare situaties en toets deze dan aan de uitspraken en raadgevingen van de Boeddha, opgetekend in de Pali-Canon.
"Maar waarom bij de Pali-Canon blijven?", zullen sommigen zich afvragen. "Er zijn toch veel hedendaagse, goed geschreven en vlot leesbare boeken over de boeddhistische filosofie?"
Dat klopt en deze publicaties hebben zeker hun waarde. Maar een mogelijk gevaar schuilt in het laten primeren van de leesbaarheid en laagdrempeligheid ten koste van inhoudelijke diepgang.


In de Pali-Canon waarschuwt de Boeddha al voor ‘verwatering’van de Dhamma.
Hij waarschuwde voor wat we met een moderne uitdrukking ‘Dhamma-light’ zouden kunnen noemen.

Opamma-Samyutta (het boek der gelijkenissen) Ani Sutta SN 20.7 (1)

In deze sutta voorspelt de Boeddha dat de Leer ten onder zal gaan wanneer dichters in fraaie bewoordingen leerredes zullen gaan schrijven. De monniken zullen denken dat ze die leerredes moeten opnemen en uit het hoofd leren en geen aandacht meer besteden aan de woorden van de Boeddha zelf.
Had de Boeddha hier een vooruitziende blik?

Hij verbleef in Savatthi en richtte zich tot de monniken.
"Lang geleden, monniken, hadden de Dasaraha’s een mrdanga
[trom] genaamd de Samenbrenger.
Toen de Samenbrenger versleten raakte, brachten de Dasaraha’s een andere pen aan.
Er kwam een tijd dat de oorspronkelijke klankkast verdwenen was.
Er bleef niets anders over dan een verzameling pennen.
Net zo, monniken, zullen de monniken in de toekomst worden.
Wanneer de leerredes uitgesproken door de Voleindigde, die diep zijn, diep van betekenis, bovenwerelds, die in verband staan met de leegte, gereciteerd worden, dan zullen zij er niet naar luisteren, zij zullen hun oor er niet aan lenen. Zij zullen hun geest er niet op richten om ze te begrijpen. En zij zullen niet denken dat ze die leringen in zich moeten opnemen en uit het hoofd moeten leren.

Maar wanneer er leerredes zijn, door dichters in poëzie gemaakt; met fraaie klinkers en medeklinkers, geschapen door buitenstaanders, uitgesproken en gereciteerd door hun leerlingen,
dan zullen zij ernaar luisteren, zij zullen hun oor eraan lenen.
Zij zullen hun geest erop richten om ze te begrijpen.
En zij zullen denken dat ze die leringen in zich op moeten nemen en uit het hoofd moeten leren.
Aldus, monniken, zullen de leerredes, uitgesproken door de Voleindigde, die diep zijn, diep van betekenis, bovenwerelds, die in verband staan met de leegte, verdwijnen.

Daarom, monniken, moeten jullie zo oefenen:
Wanneer de leerredes uitgesproken door de Voleindigde, die diep zijn, diep van betekenis, bovenwerelds, die in verband staan met de leegte, gereciteerd worden, dan zullen wij ernaar luisteren, wij zullen ons oor eraan lenen. Wij zullen onze geest erop richten om ze te begrijpen.
En wij zullen denken dat we die leringen in ons op moeten nemen en uit het hoofd moeten leren.

Zo, monniken, moet er door jullie geoefend worden."

Ook de Vietnamese leraar Thich Nath Hahn waarschuwt:

"Als we de [latere] mahayana sutras bestuderen, moeten we niet nalaten de fundamentele ‘bron’-teksten [=Pali-Canon] ernaast te leggen om de diepte ervan te ontdekken.
Het zaad van alle belangrijke ideeën uit het mahayana ligt verborgen in deze ‘bron’-suttas.
Als we op de beide reuzenvleugels van de mahayana vogel blijven zitten, vliegen we waarschijnlijk
ver weg en verliezen we alle contact met de oorspronkelijke bron waaruit de vogel oprees.
"
(2)

(1)De Breet en Janssen 2011 Samyutta-Nikaya II p. 317-318
(2)‘Adem is bewustzijn’ Thich Nath Hahn 2002 p. 43-44

 
Home