Buddhavacana
                                                                                         "woorden van de 0ntwaakte"
 

De aniconische Boeddha.

Als je iemand vraag wat voor hem/haar het bekendste symbool van het boeddhisme is kom je meestal bij een afbeelding, zittend, staand of liggend van de historische Boeddha. Maar dit is niet altijd zo geweest.

Algemeen wordt aangenomen dat gedurende de eerste 5 à 6 eeuwen na zijn overlijden, de Boeddha niet in zijn menselijke vorm werd afgebeeld. Het is gissen naar de reden hiervoor. Sommigen beweren dat de Boeddha verbood om een afbeelding te maken (zie de Vinaya van de Sarvastivadins), anderen beweren dan weer dat de Boeddha het maken van afbeeldingen wel goedkeurde (zie het verhaal van koning Udayana zoals beschreven in de Chinese versie van de Anguttara Nikaya).

In de Maha-Parinibbana-Sutta; de grote leerrede over het uiteindelijke nirvana (DN 16), vraagt Ananda aan de stervende Boeddha hoe hij herinnert wil worden:
"Vroeger Heer, kwamen de monniken, na op diverse plaatsen regentijd gehouden te hebben, naar de Voleindigde om hem te zien en hem hun eer te betuigen. Maar na het heengaan van de Verhevene zullen wij die gelegenheid niet meer hebben."
De Boeddha geeft hierop als antwoord:
"Ananda, er zijn vier plaatsen die het waard zijn om door een gelovige zoon van goede familie bezocht te worden. Welke vier? De plaats waar de Voleindigde geboren is; de plaats waar hij tot het onovertroffen, volkomen ontwaken gekomen is; de plaats waar hij het onovertroffen rad van de Leer in beweging gezet heeft en de plaats waar hij de sfeer van het nirvana, zonder rest van levensbrandstof, is binnengegaan."
In deze bekende sutta spreekt de Boeddha alvast niet over het afbeelden van zijn persoon.
Hoe dan ook, de vroeg boeddhisten beeldden de Boeddha af in symbolen; één voor elke van de door de Verhevene in de Maha-Parinibbana-Sutta genoemde belangrijke gebeurtenissen in zijn leven.
Een lotus of olifant voor de geboorte; een voetafdruk voor het verlaten van zijn thuis en familie; een boom of lege troon voor zijn verlichting; een wiel voor zijn eerste leerrede - die toepasselijk ‘het in gang zetten van het wiel van de Dhamma ’ wordt genoemd - en een stoepa voor zijn overlijden of parinibbana.

Voorbeelden van zulke afbeeldingen vinden we, onder andere, terug op de stoepa van Sanchi.
De Sanchi stoepa is een van de oudste boeddhistische monumenten in India; is gelegen op een heuvel niet ver van Bhopal in Madhya Pradesh en werd gebouwd in opdracht van koning Ashoka (regering: 269 tot 232 voor Chr.).
Een stoepa is oorspronkelijk een heuvel boven een graftombe van een koning. Later werd de stoepa een ommuurd, koepelvormig gebouw dat de as of relikwieën van een beroemd persoon bevat.

 

De geboorte van de Boeddha wordt voorgesteld door zijn moeder Maya, omgeven door olifanten en lotusbloemen.

   


De olifant verwijst naar de legende waarin wordt verteld hoe Maya zwanger werd. Ze droomde dat ze danste met een jonge olifant die met zijn slurf langs haar zijde naar binnendrong en haar zo zwanger maakte.

 

Op dezelfde wijze, zo zegt de legende, werd de toekomstige Boeddha geboren uit de zijde van zijn moeder. (latere afbeelding, rond 100 na Chr.)

 

De voetafdrukken symboliseren het verlaten van zijn familie en het thuisloze intrekken

.  


 

De boom (ficus religiosa) of de lege troon symboliseert zijn ontwaken of verlichting.

      
 

Het wiel symboliseert het in gang zetten van de Dhamma, beginnende met de eerste leerrede voor de vijf asceten in het hertenpark, nabij Sarnath.

      

 

Dit wiel kan een verschillend aantal spaken hebben:

Met 8 spaken stelt het, het Edele Achtvoudige Pad voor;


12 spaken staan voor de 12 schakels in de wetmatigheid van oorzakelijk verband (paticcasamuppada);


en 31 spaken symboliseren de 31 werelden of sferen waarin een mens naargelang zijn/haar kamma kan herboren worden.

 

Het laatste symbool is de stoepa. Dit bouwsel staat voor het overlijden of parinibbana van de Boeddha en symboliseert het niet meer herboren worden van een verlicht persoon ["het binnengaan van de sfeer van nirvana zonder de rest van levensbrandstof"].

    
 

 

De eerste afbeeldingen van de Boeddha verschijnen rond het begin van onze jaartelling, toen het toenmalige Noord-India onder Griekse invloed (o.a. door Alexander de Grote) kwam. Zo ontstond er een Greco-Boeddhistische kunstvorm.
De Griekse invloed is duidelijk herkenbaar in kleding, haardracht (lang haar en baard), gezichtstrekken en houding van de figuren.